2019 - Welzijnsbarometer

Date de publication : 
09/03/2020
Auteurs : 
Marion Englert, Sarah Luyten, Sarah Missinne, Dalia Fele, Déogratias Mazina, Elise Mendes Da Costa

 

Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad publiceert zijn vijftiende Welzijnsbarometer, waarin u een reeks geactualiseerde indicatoren over armoede terugvindt.

De armoede-indicatoren tonen aan dat een groot aantal Brusselaars in moeilijke omstandigheden leeft. Het Gewest wordt geconfronteerd met belangrijke uitdagen op vlak van huisvesting, tewerkstelling, onderwijs, gezondheid en welzijn; allemaal determinanten van (kans)armoede.

Een op de drie Brusselaars moet rondkomen met een inkomen onder de armoederisicogrens. Één volwassene op vijf leeft van een bijstandsuitkering (leefloon, IGO, enz) of een vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkering, invaliditeitsuitkering) en bijna een vierde van de Brusselse kinderen jonger dan 18 leeft in een huishouden zonder inkomen uit werk. Wat betreft de bijstandsuitkeringen, ontvangt bijna zes procent van de Brusselse bevolking op actieve leeftijd een leefloon of een equivalent leefloon en dit percentage ligt meer dan dubbel zo hoog bij de jongvolwassenen. Daarnaast heeft één op de acht van de 65-plussers een Inkomensgarantie voor ouderen (IGO). De bedragen van de bijstandsuitkeringen liggen echter onder de armoederisicogrens.

De sociale ongelijkheden en sociaal-ruimtelijke ongelijkheden zijn erg markant in het Brussels Gewest: de werkloosheidsgraad bijvoorbeeld, varieert van 9 % in Sint-Peters-Woluwe tot 23 % in Sint-Joost-ten-Node.

Niet minder dan 45 987 huishoudens zijn ingeschreven op de wachtlijst voor een sociale woning. Naast het probleem van de hoge woonkost, ondervindt meer dan een vijfde van de Brusselaars kwaliteitsproblemen van de woning.

Een kwart van de leerlingen van het secundair onderwijs loopt een schoolse vertraging op en dit aandeel ligt veel hoger in de armste gemeenten van het Gewest. Onder de jonge Brusselaars van 18-24 jaar, verliet één op de negen de school vroegtijdig, en dus zonder diploma van het hoger secundair onderwijs.

Tot slot vertalen de sociale ongelijkheden zich ook in gezondheidsongelijkheden. Tussen de armste en de rijkste gemeenten is het verschil in levensverwachting bij de geboorte, 2,8 jaar voor mannen en 2,6 jaar voor vrouwen. Het risico op een doodgeboorte in huishoudens zonder inkomen uit arbeid lag drie keer zo hoog en is bij levend geboren kinderen het risico op overlijden in het eerste levensjaar 2 keer zo hoog, dan bij gezinnen met twee inkomens.

Een analyse van de evoluties geeft aan dat hoewel het aantal werkzoekenden de laatste jaren lijkt af te nemen, het aantal werkzoekenden dat geen uitkering ontvangt via de RvA toeneemt. Zo neemt onder andere het aantal mensen dat een leefloon ontvangt sterk toe de laatste jaren, en dit in het bijzonder bij jongeren. De in deze barometer gepresenteerde tendensen lijken te wijzen op een potentieel belangrijke impact die bepaalde hervormingen op het federale niveau kunnen hebben op de Brusselse bevollking, gezien de hoge armoedegraad in het gewest.