In Brussel stabiliseert de epidemiologische situatie zich, maar er duiken nieuwe varianten op

 

Persbericht - PDF

In Brussel stabiliseert de epidemiologische situatie zich, maar er duiken nieuwe varianten op

 

In Brussel lijkt de epidemiologische situatie zich te stabiliseren, maar waakzaamheid blijft geboden. Om de verspreiding van het virus en nieuwe varianten ervan tegen te gaan, scherpt de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie haar procedure voor testing & tracing nog verder aan. Een toelichting.

Hoewel de epidemiologische situatie in Brussel tekenen van stabilisatie vertoont, blijven de cijfers nog te hoog. Sinds het begin van het jaar worden er wekelijks bijna 40.000 personen getest. De incidentie (het aantal infecties per 100.000 inwoners) stijgt licht van 257 op 10/02 naar 269 op 16/02. De positiviteitsratio blijft daarentegen relatief stabiel: net als op 10/02 bedraagt die op 16/02 5,2%.

De ziekenhuisopnames blijven sinds enkele dagen licht dalen en gaan van 202 op 10/02 naar 182 op 15/02. Het aantal patiënten op intensieve zorgen volgt dezelfde trend en gaat van 43 op 10/02 naar 37 op 15/02. Wat het aantal overlijdens betreft werden er 28 geteld op 16/02 tegenover 24 op 10/02. Ter herinnering: de ziekenhuisopnames volgen de besmettingen met 15 dagen vertraging. Hetzelfde geldt voor eventuele overlijdens: zij hebben 15 dagen vertraging op het aantal ziekenhuisopnames.

Focus op de Braziliaanse variant

Op dit ogenblik zijn er verschillende gevallen van de Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse variant vastgesteld op het grondgebied van het Brussels Gewest. De Britse variant is het meest aanwezig en virologen verwachten dat die vanaf begin maart dominant wordt in ons land.

Er zijn in België ook zes bevestigde gevallen van de Braziliaanse variant en een aantal gevallen die vermoedelijk worden veroorzaakt door de Braziliaanse of Zuid-Afrikaanse variant (sequencing moet de komende dagen aantonen of dit al dan niet zo is). Het gaat om 2 gevallen in het Brussels Gewest (Anderlecht, Watermaal-Bosvoorde) en 1 geval in Vlaanderen dat gerelateerd is aan een school in Sint-Lambrechts-Woluwe. Er bestaat mogelijk ook een verband tussen 1 geval in Brussel en 2 andere gevallen in Vlaanderen, maar dat moet nog bevestigd worden.

Het eerste gemelde geval betreft een persoon die in de gemeente Anderlecht woont en op 28 januari positief testte. Analyse en sequencing van de test hebben op 11/2 bevestigd dat het om de Braziliaanse variant gaat. Sindsdien werken het team van de gezondheidsinspectie, de OST's ("outbreak support teams" - ondersteuningsteams bij vaststelling van een uitbraak) en de field agents nauw samen voor dit geval. Er werden verschillende vertakkingen in de contacten geanalyseerd en meerdere potentieel besmettelijke personen werden (opnieuw) getest. Het gaat dan om mensen uit het huishouden of in hetzelfde gebouw, hoog- en laagrisicocontacten binnen de familie, vriendenkring of op school. We wachten momenteel nog op de resultaten van de meeste van die tests. Vandaag en de komende dagen zullen er nog andere staalafnames plaatsvinden. Uit de analyses blijkt dat 'geval 0' op 23 december 2020 in België zou zijn aangekomen met een vlucht uit Brazilië. We blijven dit onderzoeken, in nauwe samenwerking met de testcentra en laboratoria van het Brussels Gewest, de universiteiten van Leuven en Antwerpen en de ploegen van de gezondheidsinspectie van de andere gewesten, om de situatie onder controle te houden en bijkomende verbanden tussen de gevallen te vinden.

Een intensieve procedure voor testing & tracing

Om de verspreiding van die nieuwe virusvarianten tegen te gaan, versterkt de GGC haar contactopsporingsprocedure voor positieve gevallen. Sinds 13 januari wordt er voor mensen die positief testen en wij wie een hoge virale lading (oftewel een lage CT-waarde) wordt vastgesteld en bij wie het S-gen ontreekt (S-gen dropout) een verscherpte contactopsporing toegepast. Zo kunnen uitbraken veroorzaakt door de nieuwe varianten snel worden gelokaliseerd en geïsoleerd. Sinds 18 januari is er een team van 13 field agents die specifiek werden opgeleid voor het opsporen van epidemiologische uitbraken. Dit team werd geselecteerd uit de meer dan 300 personen in de callcenters en op het terrein die al werken aan de contactopsporing van positieve gevallen van Covid-19.

Door in te zetten op deze specifieke opsporing van nieuwe varianten hebben we verschillende besmettingshaarden ontdekt in collectiviteiten. Het gaat om een totaal van 75 uitbraken voor de week van 2 februari, waarbij de isolatieprocedure meteen werd opgestart:

  • 9 in zorginstellingen,
  • 4 in instellingen voor personen met een handicap (bij 1 gaat het vermoedelijk om een variant),
  • 6 in bedrijven (bij 1 daarvan gaat het vermoedelijk om een variant),
  • 1 in crèches (bij 1 daarvan gaat het vermoedelijk om een variant),
  • 9 in kleuterscholen,
  • 11 in rusthuizen (bij 1 daarvan gaat het vermoedelijk om een variant),
  • 1 in andere onderwijsinstellingen (sociale promotie, volwassenenonderwijs, …),
  • 22 in lagere scholen (bij 7 daarvan wordt vermoed dat het om een variant gaat),
  • 9 in secundaire scholen (bij 4 daarvan wordt vermoed dat het om een variant gaat),
  • 3 in sociale collectiviteiten (bij 2 daarvan wordt vermoed dat het om een variant gaat).

Elk positief geval in een collectiviteit wordt gevolgd door de referentiearts van de collectiviteit in kwestie (contacten buiten de collectiviteit worden opgevolgd door het algemene callcenter). In geval van een potentiële uitbraak (d.w.z. wanneer er 2 positieve gevallen worden gedetecteerd binnen de 7 dagen en er een epidemiologisch verband bestaat), moet de arts die uitbraak melden bij het team van de gezondheidsinspectie van de Diensten van het Verenigd College van de GGC. Die zorgt dan voor de verdere follow-up van de situatie, in samenwerking met de arts, die verantwoordelijk blijft voor de coördinatie van de acties met de inrichtende macht van de collectiviteit.

Indien er een vermoeden bestaat van een algemene of een door een variant veroorzaakte uitbraak, of van hoge overdraagbaarheid, dan kan de Arts-Gezondheidsinspecteur van de GGC beslissen om de criteria voor quarantaine en testing uit te breiden. Er wordt dan een lijst opgesteld met risicocontacten die zich moeten laten testen. Er wordt hen gevraagd om in quarantaine te blijven in afwachting van hun testresultaat. Iedereen die positief test, wordt geïnformeerd over de verplichting om zich te isoleren, en de procedure voor de opvolging van risicocontacten herbegint rondom deze persoon.

De arts van de collectiviteit behoudt, met ondersteuning van de Arts-Gezondheidsinspecteur, dus de verantwoordelijkheid voor de sanitaire procedure. De inrichtende macht kan echter beslissen om bepaalde instellingen, zoals scholen, te sluiten omdat er te weinig personeel is om de activiteiten te organiseren ("administratieve sluiting").

Als er sprake is van uitgebreide uitbraken en/of als er een hoge incidentie is in een bepaalde wijk of gemeente met gevolgen voor het "leven in de gemeente", kan er een vergadering worden belegd met de betrokken burgemeester, de Hoge Ambtenaar, de Arts-Gezondheidsinspecteur en andere relevante actoren om te bespreken welke maatregelen moeten worden getroffen en hoe er moet worden gecommuniceerd.

Gezien de huidige situatie moet nogmaals worden benadrukt hoe belangrijk het is dat de beschermingsmaatregelen en alle andere maatregelen om besmetting met het virus tegen te gaan, worden nageleefd. Daarnaast is het ook belangrijk om je te laten testen zodra de minste symptomen opduiken (hoest, ademhalingsproblemen, koorts, spierpijn, vermoeidheid, geur- en/of smaakverlies, een verstopte neus, keelpijn of diarree). Vergeet niet dat in Brussel mensen met symptomen zich sinds 21 januari kunnen laten testen in een testcentrum zonder doktersvoorschrift vooraf (het voorschrift wordt dan opgesteld door de arts in het testcentrum).

Meer informatie over de test- en contactopsporingsstrategie is te vinden op coronavirus.brussels.

 

Over
De Diensten van het Verenigd College (DVC) van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) zijn de Brusselse administratie die verantwoordelijk is voor de preventie en de aanpak van epidemieën en voor het bicommunautair beleid betreffende gezondheidszorg en bijstand aan personen.