Logo van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

Apenpokken

De laatste maanden zijn in België en in andere landen over de hele wereld verschillende besmettingen met het apenpokkenvirus gemeld. Het gaat om zeldzame gevallen. Maar wat zijn de apenpokken?

Waarover gaat het?

Apenpokken is een ziekte die in 1958 werd ontdekt bij apen. Het eerste geval bij de mens werd vastgesteld in 1970. 

Het is een ziekte die wordt veroorzaakt door een infectie met het apenpokkenvirus.

Hoewel de ziekte apenpokken genoemd wordt, is de oorsprong van de ziekte niet bekend. Dieren (vooral knaagdieren en primaten) kunnen echter drager zijn van het virus en mensen besmetten.

Wat zijn de symptomen?

Het apenpokkenvirus kan zich verspreiden zodra de symptomen ontstaan.

De belangrijkste symptomen zijn:

  • puistjes of blaasjes, die overgaan in korstjes;
  • koorts;
  • gezwollen lymfeklieren;
  • vermoeidheid;
  • spierpijn;
  • hoofdpijn;
  • rectale pijn (als die zone getroffen wordt); 
  • andere, meer zeldzame symptomen.

De symptomen kunnen verschijnen na een incubatietijd van vijf tot eenentwintig dagen (meestal zes tot dertien dagen). Een zieke is besmettelijk vanaf zo'n twee dagen voordat de symptomen zich voordoen en totdat er littekenvorming optreedt bij de huidletsels.

Wat zijn de gezondheidsrisico’s?

Wie besmet is met het apenpokkenvirus, geneest meestal spontaan. De symptomen duren twee tot vier weken. Sommige gevallen kunnen ernstiger zijn, vooral bij meer kwetsbare personen (zwangere vrouwen, personen met een verminderde immuniteit, ouderen, kinderen, ...).

Hoe raak je besmet met het apenpokkenvirus?

De overdracht van de ene persoon naar de andere kan gebeuren door:

  • langdurig contact met luchtwegsecreties (speekseldruppels en microdruppels die in de lucht verspreid worden);
  • nauw en rechtstreeks contact met huidletsels (wondjes, korstjes), lichaamsvloeistoffen (bloed, speeksel, sperma), of slijmvliezen (mond, anus, natuurlijke slijmproducerende holtes);
  • contact met besmette voorwerpen of linnengoed.

De overdrachtswijze die momenteel het meest gemeld wordt, is seksueel contact.

Hoe verminder je het risico op besmetting?

  1. Vermijd elke vorm van contact met besmette personen en de voorwerpen die ze aanraken.
  2. Was en ontsmet regelmatig je handen.

Opmerking: seksuele contacten met verschillende partners verhogen het besmettingsrisico.

Wat als je symptomen hebt?

Neem eerst contact op met je huisarts. Die zal bepalen of een test nodig is.

Als je geen huisarts hebt, bel dan 1710.

In afwachting van het testresultaat moet je thuisblijven en elke vorm van fysiek contact vermijden. Dat is noodzakelijk om anderen te beschermen.

Wat moet je doen als de besmetting bevestigd wordt?

Als je besmetting bevestigd is, moet je thuisblijven tot je huidletsels genezen zijn én je korstjes afgevallen zijn. Die fase duurt meestal drie weken, soms vier weken.

Als je actieve huiduitslag of andere symptomen hebt, blijf dan indien mogelijk in een afzonderlijke kamer of ruimte, uit de buurt van de mensen of dieren waarmee je samenleeft.

  • Vermijd elke vorm van contact met andere personen, in het bijzonder met zwangere vrouwen, ouderen, kinderen en personen met een verminderde immuniteit.
  • Omdat wetenschappers nog niet zeker weten hoelang het virus in het lichaam blijft, wordt aanbevolen condooms te gebruiken gedurende een periode van twaalf weken nadat de huidletsels volledig verdwenen zijn.
  • Was regelmatig je handen, vooral nadat je huidletsels hebt aangeraakt, of voorwerpen, kleding, beddengoed of oppervlakken die mogelijk in contact zijn gekomen met de letsels.
  • Droog je handen met wegwerpdoekjes of een schone handdoek.
  • Neem contact op met je arts voor een medisch attest.Als je geen huisarts hebt, bel dan 1710.

Welke contacten vormen een risico?

We maken een onderscheid tussen zeer-hoogrisicocontacten en hoogrisicocontacten.

Een zeer-hoogrisicocontact is:

  • een seksuele partner;
  • een persoon met wie langdurig huidcontact plaatsvond terwijl de patiënt huiduitslag had.
  • personeel in de gezondheidszorg dat in contact is geweest met een patiënt in een bijzonder risicovolle situatie (bv. lichaamsvloeistof in contact met de ogen, neus of mond of prikaccident) zonder de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. De beoordeling gebeurd op individuele basis, gezamenlijk door de behandelend arts en de regionale gezondheidsautoriteiten.

Een hoogrisicocontact is:

  • een persoon die in hetzelfde huishouden of een vergelijkbare omgeving woont;
  • een persoon die kleding, beddengoed, keukengerei, enz. deelde terwijl de patiënt uitslag had;
  • een persoon die voor een zieke zorgt terwijl die symptomen heeft;
  • een zorgverlener die contact had zonder passende persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • een laboratoriummedewerker die zonder persoonlijke beschermingsmiddelen werd blootgesteld aan een arbeidsongeval met een monster van het virus; 
  • een medepassagier die één of twee zitplaatsen verwijderd was van een symptomatisch geval, in een vliegtuig, bus of trein met een reistijd van drie uur of meer.

Wat moet je doen na een contact?

Voor alle hoogrisicocontacten en zeer-hoogrisicocontacten: 

  • Controleer jezelf regelmatig op symptomen (koorts, hoofdpijn, huiduitslag of andere huidletsels, ...) gedurende een periode van 21 dagen na je laatste contact met de besmette persoon. Als je verder contact met de besmette persoon niet kan vermijden, begint de periode zodra de diagnose is gesteld en eindigt ze 21 dagen nadat de besmette persoon volledig is genezen. Heb je symptomen? Neem dan contact op met je huisarts, laat je testen en blijf thuis tot het testresultaat bekend is.
  • Vermijd gedurende 21 dagen nauw contact, in het bijzonder met jonge kinderen, zwangere vrouwen en personen met een verminderde immuniteit. Je moet seksueel contact absoluut vermijden.
  • Vermijd contact met dieren (vooral knaagdieren, zoals eekhoorns, muizen, ratten, hamsters, cavia's, ...).
  • Je mag geen bloed, organen of beenmerg doneren gedurende ten minste 21 dagen na de laatste blootstellingsdag.
  • In bepaalde gevallen kan je je nog laten vaccineren na de blootstelling. Zie hieronder. 

Bijkomende maatregelen voor zeer-hoogrisicocontacten

  • Naast de bovenstaande maatregelen worden zeer-hoogrisicocontacten geadviseerd een chirurgisch masker te dragen bij elk contact met andere personen. Zeer-hoogrisicocontacten die in contact komen met jonge kinderen (bv. in een crèche), zwangere vrouwen of personen met een verminderde immuniteit moeten gedurende 21 dagen in quarantaine blijven.

Wat doe je met huisdieren?

Als je besmet bent met het apenpokkenvirus, moet je de volgende voorzorgsmaatregelen nemen voor huisdieren:

  • Vermijd contact tussen het dier en de besmette persoon zo veel mogelijk. Laat indien mogelijk iemand anders voor je huisdier zorgen tijdens je isolatie.
  • Was vóór elk contact met je huisdier je handen en draag handschoenen en een mond-neusmasker voor eenmalig gebruik.

Welke behandelingen zijn er?

Voorlopig is er in België geen specifieke behandeling tegen apenpokken beschikbaar. De beschikbare behandelingen zijn voornamelijk gericht op symptoombestrijding (pijn, koorts). Zoals eerder vermeld, moet je zeker thuisblijven tot je huidwondjes genezen zijn én je korstjes afgevallen zijn. Neem contact op met je behandelend arts bij ernstige pijn of ernstig ongemak.

Waar kan je je laten testen?

De meeste Brusselse ziekenhuizen kunnen momenteel testen op het apenpokkenvirus. Je kan contact opnemen met het ziekenhuis om te weten waar je je moet aanmelden. Huisartsen kunnen ook testen uitvoeren als ze over het benodigde materiaal beschikken. Neem contact op met je behandelend arts voor meer informatie. Als je geen huisarts hebt, bel dan 1710.

Hoe zit het met vaccinatie?

Momenteel bestaat er in de EU/EER geen specifiek vaccin voor apenpokken. Een vaccinatie tegen pokken biedt echter kruisbescherming tegen apenpokken. 

Je kan je in twee gevallen laten vaccineren. In beide gevallen moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen om het vaccin te kunnen krijgen.

  • Eerste geval: vaccinatie na contact met het virus:
  1. alle zeerhoogrisicocontacten binnen vier dagen na de blootstelling aan het virus, om besmetting te voorkomen;
  2. zeerhoogrisicocontacten die bovendien een ernstig infectierisico lopen (immuungecompromitteerden, zwangere vrouwen), tot veertien dagen na de blootstelling, om de ernst van een mogelijke besmetting te beperken;
  3. hoogrisicocontacten die bovendien een ernstig infectierisico lopen (immuungecompromitteerden, zwangere vrouwen), bij voorkeur binnen vier dagen na de blootstelling, tot maximaal veertien dagen erna.
  • Tweede geval: preventieve vaccinatie (voordat er een contact is met het virus):
  1. Mannelijke en trans sekswerkers;
  2. Alle mannen die seks hebben met meer dan één man (mannen geboren voor 1976 kunnen een herhaaldosis krijgen)
  3. Vrouwen die PrEP nemen en die frequente wisselende seksuele contacten hebben;
  4. Immuungecompromitteerde personen die het risico lopen op een ernstige vorm van het apenpokkenvirus en gevaar lopen op apenpokken
  5. Immunocompetente mensen die al een eerste dosis subcutaan hebben gekregen (tenzij ze als kind tegen pokken zijn ingeënt)
  6. Mensen die kunnen aantonen dat ze een eerste vaccindosis hebben gekregen in het buitenland, kunnen voortaan de tweede dosis krijgen;
  7. Laboratoriumpersoneel dat virusculturen van monkeypox behandelt

De vaccinerende arts beslist om de vaccinatie al dan niet aan te bieden op basis van een individuele beoordeling aan de hand van de criteria hierboven.

In ieder geval mogen de volgende personen niet gevaccineerd worden met Imvanex/Jynneos:

  • personen die jonger zijn dan 18 jaar. Personen die jonger zijn dan 18 jaar, mogen echter wel worden gevaccineerd, op ongeoorloofde wijze en onder bepaalde strikte voorwaarden voor de afweging van de voordelen tegen de risico's, na blootstelling aan het virus en op verantwoordelijkheid van de vaccinerende arts en de regionale gezondheidsverantwoordelijke en met toestemming van de ouders en/of het kind. Dat moet gebeuren in overeenstemming met advies 9720 van het Health Security Committee;
  • personen die symptomen vertonen van de apenpokken of een andere ernstige ziekte die gepaard gaat met koorts of een acute infectie;
  • personen die de apenpokken al hebben gehad;
  • personen die allergisch zijn aan het vaccin of een van de bestanddelen ervan (benzonase, ciprofloxacine en gentamicine in het bijzonder);
  • personen met een voorgeschiedenis van een ernstige allergie aan kippeneiwit;
  • personen die de afgelopen twee weken een vaccin hebben gekregen dat niet compatibel is (levend (verzwakt) vaccin, mRNA-vaccin).

De vaccinatierichtlijnen worden regelmatig bijgewerkt. Blijf op de hoogte via onze website of onze sociale netwerken.

Waar kan je je laten vaccineren?

In Brussel kan je je momenteel laten vaccineren bij het UMC Sint-PieterUZ brusselSaint-LucErasme.
Het vaccinatiecentrum van Pacheco biedt ook preventieve vaccinatie tegen apenpokken (tot 17/12).  Een afspraak moet worden gemaakt via het Callcenter op 02/214.19.29.
Ter herinnering: vaccinatie is enkel mogelijk in enkele specifieke gevallen (zie hoger). 

Hoe herken je de huidletsels?

Voorbeeld en verloop van huidletsels: 

variole_du_singe_-_exemples_de_lesions_cutanees.png

Bron: UK Health Security Agency

Nuttige links

Sciensano - Apenpokken (informatie voor zorgverleners en patiënten, aanbevelingen voor staalafname, aanvraagformulier voor analyseaanvragen, ...)

Persberichten

23/11/2022 - Tweede vaccindosis nu mogelijk in Brussel voor wie de eerste dosis in het buitenland kreeg

05/10/2022 - Preventieve vaccinatie tegen apenpokken vanaf morgen 06/10 mogelijk in Pacheco

19/08/22 - Een infolijn beantwoordt al uw vragen over het apenpokkenvirus vanaf 22/8